De Surinaamse kunstenaar Robbert Doelwijt ontdekte een
tijdje terug dat de geroemde houtsnijkunst van de bosnegers niets met Afrika te
maken had. De figuren en motieven stonden gewoon in een Hollands boek, dat het
houtsnijwerk voor de VOC-schepen behandelde. Het gegeven is ook dat er voor
1850 geen houtsnijwerk door bosnegers vervaardig werd.
En zo is er weinig oorspronkelijks in Suriname te vinden, maar dat is niet erg, want iedereen jat en leert van elkaar. Het wordt wat erger als het resultaat van al dat kopiëren weinig meer oplevert dan bruine bonen met zoutvlees en neukie/neukie muziek zoals kaseko uit het samengaan van voodoo, caribische sound (ook weer een fusion) en marsritmes. En ook daar valt mee te leven, want wat kunnen we anders verwachten van een klein land met een heterogene bevolking dat zich met dank aan de koloniale macht nooit een eigen identiteit wist te verwerven en allang van zijn diverse wortels was losgesneden. Een krabbenmand vol deel-belangen.
Het wordt echt erg als we in Nederland, in de Bijlmer, de
Surinaamse kunst en kultuur op een zetel gaan zetten, zoals onlangs gebeurde met
een expo over de niet zo denderende fanfare, die als de Surinaamse politiekapel
door het leven gaat, de komende hallelujah over de schrijver Edgar Cairo, die
vooral adjectieven aan zelfstandige naamwoorden weet te plakken, en het huidige
eerbetoon aan Surinaamse schilders, die zoals hun ‘broeders’ in Afrika aan
reclame schilderen doen en vaag verwant zijn aan de superrealisten. Ze
exposeren hun werk momenteel in het CBK en zijn nu zelfs in de Bijlmer om een
Kwakoe-bus en twee veegauto’s van de reiniging onder de schilderingen te
zetten.
Het lijkt allemaal op een armoedige poging Blaka Foto zijn culturele legimitatie te geven, uitgevoerd door nijvere ambtenaren, en medegedragen door instellingen als het Kwakoe Festival, CBK, BijlmerParktheater,het IIC, Zo!Cultuur, en ook de Bieb. Maar stel nu, dat we een waarlijk ‘creatieve stad’ zijn, zoals ons stadsdeel beweert te zijn, zouden we dan niet gelijk de stadsstaat ten tijde van de renaissance, bijvoorbeeld gelijk Venetie of Florence, de portemonnaie moeten trekken om de beste ambachtslieden en vernieuwers naar ons toe te halen, die het multicul werkelijk zijn smoel en dynamiek geven. En die veegauto’s kunnen we altijd nog laten verven door de kunstenaars die we in onze broedplaatsen hebben opgeborgen. Hebben ze ook het gevoel dat ze meedoen. En ze zijn bekend met ons dorp.
Laatste reacties